Een zusje erbij

Eenmaal terug in Nederland komen er andere tijden. De periode waarover ik nu wil vertellen loopt van mijn 5e tot en met het 9e levensjaar. Een leeftijd waarbij niet flarden van herinnering zijn blijven hangen, maar veel meer. Het aantal verhalen over mij neemt drastisch af en hetgeen ik weet neemt meer dan evenredig toe.

In deze periode verandert er heel wat in ons gezin, de periode daarvoor zie ik, in foto’s, als een fijne harmonieuze periode, en dit verandert sterk.

We wonen dus in Zwolle, Wethouder Lansinkstraat. Als gereformeerden in een socialistische buurt.
In mei 1951 worden mijn broertje en ik naar opa en oma gestuurd. Die wonen nu niet meer op Beukersluis, maar dichtbij ons in de buurt, de Ranonkelstraat. Zij wonen in huis dat gebouwd is van cementvezelplaten, niet duur en snel gebouwd. De huizen staan er overigens nog steeds, gerenoveerd dat wel.
Mijn oudere zus hoeft niet mee. Tegen het eind van de middag kunnen we weer naar huis, en wat blijkt: we hebben er een zusje bij. Kan niets van verbazing herinneren, ook niet van de dikke buik van mijn moeder of dat mij verteld is dat er een broertje of zusje bij zou komen.

In de periode hiervoor, in Semarang, noemde mijn vader zijn drie kinderen “ons klaverblaadje”. Je zou zeggen dat nu de vierde erbij komt het een klavertjevier is, en dus het geluk zal aanbreken.

Mijn moeder knapt wel lichamelijk op van de bevalling, maar geestelijk niet. Ze is moe, prikkelbaar en we moeten ons lief en stil gedragen. In het weekend, toen nog kort, mijn vader werkt zaterdag nog tot 12 uur, is het niet plezierig thuis, hij doet het huishouden en mijn oudste zus en ik moeten helpen.
Zondags als de sfeer onprettig is gaan we met ons vijven: pa, oudste zus, broertje, de jongste in de kinderwagen en ik, wandelen, richting Ittersum, soms naar het Engelse werk. Mijn vader achter de kinderwagen oogt veel bekijks. Mannen lopen niet achter de kinderwagen.
Als we thuis komen is de stemming weer redelijk, en mijn vader kookt het eten.

Mijn moeder wordt niet beter, haar prikkelbaarheid neemt alleen toe, en vooral in het weekend.
Het is wat we nu een PND, post natale depressie, noemen. Alleen die PND duurt zolang ze leeft.

Later, en nu nog, vraag je je af hoe dit zo heeft kunnen gebeuren.
In Semarang, de gelukkige tijd, is het leven zoveel anders dan hier in Zwolle.
Het leven in “Indië” is heel anders, gemakkelijker, iedereen weet wel alles van iedereen, maar alles is veel vrijer.
Je woont in een kast van een huis, zelfs in deze tijd zou dat zo zijn , er zijn twee baboes, die het huis schoonhouden en het eten verzorgen. Je bent daar iemand en het leven is goedkoop en makkelijk.
In Zwolle woon je met zes mensen in een klein huis, toen ook al klein. In een buurt, die je niet echt accepteert, in een land met andere mores, dat duur is.
Mijn moeder is niet vrij, vrouwen horen voor de kinderen te zorgen en thuis te zijn, de man verdient het geld en beslist, zo ziet mijn vader dat.
Er is iets bij haar geknapt, een zwakke schakel heeft het begeven.

Het is raar maar waar, het fototoestel is verdwenen, geen foto’s meer. Alleen de obligate schoolfoto’s en de foto’s van kinderen in autootjes, genomen op de hoek van de straat.

Gepubliceerd door

luuk1945

Fotografie, lezen, wandelen, schilderen, films ... woont in Gorssel

16 reacties op ‘Een zusje erbij

  1. Goed geschreven, Luuk. Herkenning voor mij ook. Wat je schrijft over de sfeer, ik kan me er alles bij voorstellen. Wat naar dat een gelukkige tijd,zo onbegrijpelijk voor een kind, ineens omslaat. Misschien is het als PND begonnen bij je moeder, de vraag is waarin het zich verder heeft voortgezet. Heel symbolisch dat er vanaf die tijd geen foto’s meer zijn en worden gemaakt.
    Hartelijke groet, Coby

  2. een mooi geschreven, verdrietige episode… wat ik zelf van dat soort dingen weet is dat je als kind ongemerkt toch gaat denken dat het op de een of andere manier jòùw schuld wel zal zijn, vooral als er niemand is die je duidelijk en expliciet vertelt dat het NIET jouw schuld is…

  3. Dat moet diepe indruk op jou hebben gemaakt, al die veranderingen – en helaas geen veranderingen ten goede.
    Tjonge, daar sta je eigenlijk niet meer bij stil, dat dat zo ongebruikelijk was toen, een man achter de kinderwagen.
    Je hebt het mooi beschreven, deze moeilijke jaren, je weet je verhalen klein te houden, het drama zit in het verhaal, niet in de vorm. Klasse.

  4. Oh, ik weet het ook nog zo goed. Moest ook op een dag naar mijn opa en oma. Geen probleem, was altijd fijn om daar te zijn. Het vreemde was wel dat ik ’s middags moest gaan slapen van mijn oma en als ik dat lief zou doen dan kreeg ik er een broertje of zusje bij. Heb nog tijden naar het plafond liggen staren, zo tussen die koude gesteven lakens en me afgevraagd hoe oma nou zoiets kon weten 🙂
    Lijkt me heel verwarrend en moeilijk om je moeder zo te zien veranderen. Pijnlijker de verandering te dragen als je herinneringen aan mooiere tijden hebt.
    groet, Luna

  5. De omslag is nooit bewust opgemerkt. Veel, veel jaren later bij het zien van foto’s ga je dat beseffen.
    @Eline: Vond hij heel gewoon, ook het doen van huishoudelijk werk. Maar de vrouw hoorde thuis te zijn.
    @rommert: alleen later.
    @Luna: Ben de kast aan het ordenen, hier en daar ligt nog iets niet goed.

  6. denk dat veel mensen zo’n omslag nòòit begrijpen, ook later niet, omdat er in veel families geheimzinnig over zulke dingen wordt gedaan, ontkend dat er ueberhaupt iets aan de hand was… wie pech heeft, blijft zich dan zijn of haar leven lang afvragen wat er was, er was toch niks?? en begrijpt maar niet waarom hij altijd zo verdrietig is, of boos, waarom alles steeds weer mislukt, terwijl er toch ‘eigenlijk’ niks aan de hand is…

  7. @Gala: heet dat ouder en wijzer worden?
    @Wilma: Bedankt voor het schrijf compliment.
    @Maria: Er is ook nooit over gepraat, heb ook nog bij familie gewoond (komt later) en daar ook niet. Je staat letterlijk en figuurlijk er alleen voor.

  8. Ik moest ook naar Oma. Ik ging graag naar Oma daar kreeg ik alle aandacht. Toen mijn jongste broertje geboren werd was ik ziek, ik lag koortsig met waterpokken op bed toen Oma kon vertellen dat ik er een broertje bij had. Ik was niet onder de indruk, ik weet vooral nog dat ik de waterpokken had en werkelijk helemaal onder zat met alle narigheid van dien. Ik was goed af bij Oma die alle tijd voor me had, in tegenstelling tot mijn moeder.

  9. verhuizen, migratie, een kind en dat alles levert uiteraard heftige stroming op. De periode van 1946- 1960 is natuurlijk de periode van opbouw en heel snotterige spruiten en calvijn waart nog door de gezindten (alle gezindten)

  10. Ik woonde vanaf 1951 tot aan Augustus 1958 in Ranonkel straat 16 Ik was bijna 13 jaar oud toen we vandaar naar Nieuw Zeeland immigreerden .Jou verhaal heeft een heleboel mooie herrinneringen in mij los gemaakt .Wij speelden altijd op het veld bij de Mimosa straat of bij de tocht sloot of in de bosjes bij het veld

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.