Vogelwikke

Mijn fijnste herinneringen uit de periode 1950-1955 in Zwolle zijn die aan de natuur.
Bloemen en planten, de geur van jong gras in het voorjaar. In die tijd is mijn liefde voor wilde planten ontstaan, die zich later heeft ontwikkeld naar natuurlijk tuinieren.

Het is mei en ik zit aan de slootkant, verborgen, door het hoge gras, voor de mensen die langs de Hortensiastraat naar de Weteringbrug gaan. Aan de overkant van de sloot is een weiland met pinksterbloemen. Daarachter staat een boerderij met een bloeiende boomgaard. In de sloot zijn schaatsrijders, schrijvertjes en donderpadjes (kikkervisjes) te zien. Als ik wat langer wacht zie ik ook stekelbaarsjes en salamanders. Om me heen groeit hoog gras met pluimen. Daar tussen groeit boterbloem, ereprijs, dovenetel, zuring en fluitenkruid.


Boterbloem

Grote ereprijs

Witte dovenetel

Zuring
Fluitenkruid

In de sloot staat egelskop en drijft de waterranonkel.

 


Grote egelskop
Waterranonkel

 

De lucht is zoel en vol met geuren. Ik voel me veilig en op mijn plaats, maar ook met dat eenzame, ontheemde gevoel..

Mijn vader weet veel namen van planten, maar niet alles. Hij koopt een kleine flora, ‘Wat bloeit daar’. Ik ben gek op dat boekje, zoals ik nu nog steeds gek op flora ben. Ik ga de planten die ik zie zelf opzoeken. De eerste plant, bloem, die ik zelfstandig in die flora vind is vogelwikke.

Vogelwikke

Ik pluk graag bloemen voor mijn moeder en kom met bossen boterbloemen thuis. En als de kievietsbloemen bloeien ga ik die ook plukken. Ik moet wel een eind lopen, over de Marsweg naar het Almelooskanaal, daar rechtsaf. Langs de oude IJsselcentrale, met z’n bergen kolen. Dan het spoor over. Aan de rechterkant van de dijk liggen drassige weilanden die roodbruin zijn van de kievietsbloemen met hier en daar een witte er tussen. Ik pluk een bos die ik nog net kan vasthouden.


Kievitsbloem

Op een dag zijn mijn zusje en ik aan het slenteren over de weg tussen de weilanden en de oude IJsselcentrale. We zien een veld met prachtige hoge, rozerode, kelkvormige bloemen. Beide plukken we een arm vol, er staan er zoveel je ziet niet eens dat er wat weg is.
We hebben een fijn gevoel, wat zullen ze thuis blij zijn met deze bloemen.
Maar dat valt tegen. We krijgen ontzettend op onze donder.
Allereerst hebben we gestolen, maar dat is nog niet het ergste.
We hadden wel dood kunnen zijn. Het zijn giftige planten.
Digitalis purpurea.

Vingerhoedskruid

Met Hemelvaartsdag gaan we dauwtrappen, mijn moeder en mijn jongste zusje blijven thuis.
De avond daarvoor zijn er krentenbollen en hardgekookte eieren klaargemaakt en ranja voor het drinken.
s’ Morgenvroeg, om zes uur vertrekken we. We lopen via de Wipstrikkerallee naar Herfte, en dan richting Dalfsen. Het is een halfopen landschap met eikenhakhout bosjes waar de salomonszegel bloeit, meidoorn en vogelkers.


Salomonszegel

Meidoorn

Vogelkers

Onderweg geniet ik van de geuren van het land. Ook de Meidoorn en vogelkers vind ik heerlijk ruiken.
Om een uur of 11 zijn we weer thuis.

De meidoorn is voor mij nog steeds een boom, heester’ waarbij ik me heerlijk voel. Als de lucht wat zwoel is en de meidoorn sterk geurt kan ik niet genoeg krijgen van de natuur om me heen.

Kom op de dag dat ik ga sterven dan ook met bloeiende meidoorn.

15 gedachtes over “Vogelwikke

  1. Prachtig Luuk.
    Die kievitsloem ( ook witte) groeit hier vlakbij.
    De slotzin getuigt van veel poezie:-)
    "Kom op de dag dat ik ga sterven dan ook met bloeiende meidoorn."
    Er voor of er na?

  2. Mooi blog Luuk, pachtige herinneringen aan een bloemrijke jeugd toen je alles nog mocht plukken. De kievitsbloem is nu zwaar beschermd en de grote erenprijs mag je ook gewone erenprijs noemen :-)Reactie is geredigeerd

  3. Bijzonder om aan de hand van de bloemen en geuren mee te kunnen wandelen in die jaren van je jeugd. Je liefde voor wilde planten komt bij mij goed over.
    Hartelijke groet, Coby

  4. Wat een heerlijk log is dit
    Vingerhoedskruid is ook weer goed, vaak die tegenstelling. Mijn grote liefde is ook de natuurlijke tuin en kan me geheel uitleven op de 70 are hier. Even vermelden hè….:)
    p.s. ik gebruik nog steeds: Wat vliegt daar?
    Groetjes uit Drentheland Luuk

  5. Luuk,
    Mijn familie woonde tusssen 1955 en 1958 op de Marsweg. Vlak voor waar nu de (spoor)tunnel is stond en staat nog steeds een fabriekje. Achter die fabriek stond toen een woonhuis. Ken je die fabriek van vroeger nog. Het bedrijf ISLOK zat er in.

  6. Ik weet wel da daar bedrijfjes waren, maar de naam ken ik niet (meer).
    Die digitalis die we plukten stonden op een akker op die weg die nu naar de tunnel leidt, aan de linkerkant als je naar de tunnel loopt.
    groet Luuk

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s