De reis – Amsterdam – Manokwari deel 2

Vervolg van deel 1

Wij zijn op weg naar Bangkok. Tijdens de vlucht mogen we enige tijd in de cockpit kijken. En dan weet ik, gefascineerd door alle wijzertjes en knoppen, ik wil piloot worden. Dit houd ik vast totdat ik op mijn veertiende een bril moet dragen.

Als we landen is het al donker, en ik vind de kleurige baan verlichting prachtig.
Het wordt een routine, uitstappen, naar de lounge, cola drinken. Het duurt dit keer weer wat langer want er moet getankt worden. Daarna op weg naar Rangoon, nu Yangon.

Als we in Rangoon landen is het alweer licht. Weer het gebruikelijke ritueel, de cola komt zowat mijn neus uit.
Bij het instappen, komt bij de vliegtuig deur, de geur van het vliegtuig je al tegemoet. Niet een geur waarvan je zegt há lekker. Mijn broertje voelt zich niet zo goed, na het drinken van water in Karachi. Hij ruikt de vliegtuigcabine en, boven aan de trap voor de deur, moet hij overgeven.
Hij doet dat keurig, niet op de trap maar over de zijkant. Jammer genoeg, voor degene die daar beneden staat, kotst hij boven op de man.
Daarna gaan wij het vliegtuig in en gaan op weg naar Manilla.

We vliegen over zee, het is helder weer en ik zie boten varen op de zee onder mij.
Manilla, het gaat saai worden maar hetzelfde als de vorige vliegvelden, we worden al routiniers.
Dan gaan we op weg naar Biak. Daar zullen we definitief uitstappen.

Vliegen vrijwel alleen over zee, het is helder en er is niet veel te zien.
Plotseling valt het vliegtuig naar beneden. Ik schrik me dood, mijn maag zit in mijn keel en ik voel mij niet lekker.

De gezagvoerder vertelt dan dat we net de evenaar zijn gepasseerd en we de luchtdoop hebben gehad van Aeolus, de god van de wind. Het ritueel dat op schepen bekend staat als de doop door Neptunus. We krijgen een oorkonde waarop staat dat we gedoopt zijn.

Niet lang daarna landen we op het vliegveld Mokmer van Biak.

Zodra ik uit het vliegtuig stap voel ik de warmte en ruik ik het tropische strand en voel me meteen thuis.

We moeten twee nachten in het KLM hotel ’t Rif wachten. Er zijn maar twee vluchten per week naar Manokwari, en het vliegtuig is al vertrokken.

Dezelfde middag gaan we al naar het rif vlakbij het hotel. Je kan er niet zwemmen maar wel mooie schelpen zoeken. We vinden een aantal mooie, maar de slakken zitten er nog in.
We begraven de schelpen bij de kamer van het hotel om ze, na drie jaar, later weer schoon op te halen.
Eindelijk krijgen we wat anders te drinken, vruchtensappen en water. Het duurt jaren voordat ik het weer waag cola te drinken.

Dan komt de dag dat we naar Manokwari vliegen, de vlucht gaat per Dakota van de luchtvaartmaatschappij van Nieuw Guinea, de Kroonduif.
De binnenkant van het vliegtuig is kaal, geen bekleding op de wanden, je ziet de spanten. Tijdens de vlucht tocht het langs de raampjes. We vliegen ook niet hoog, ongeveer op 1000 meter. De zee is prachtig, de riffen met het blauwgroene water ook.

Na een uur of drie landen we op het vliegveld Rendani in Manokwari.

6 gedachtes over “De reis – Amsterdam – Manokwari deel 2

  1. Luke, je was een echte wereldreiziger op je negende. Je jeugd heeft je gelukkig ook veel interessante tijden opgeleverd.
    Dat broertje van je die bakt me er wat van elke keer ;-))
    Grappig die begraven schelpen die je 3 jaar later nog terug vindt.Reactie is geredigeerd

  2. luchtziek en de geur van het vliegtuig…als jongen werd ik jarenlang spontaan misselijk bij de lucht alleen al van een bus, dat weeë gore luchtje van rubber, uitlaatgassen en olie of benzine… :~(

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s