Het wordt er niet beter op (1)

In maart van 1956 vertrekken wij uit Manokwari en gaan op weg naar Hollandia. De reis gaat met een schip van de KPM. Deze maatschappij onderhoudt de verbindingen tussen de verschillende kustplaatsen van Nederlands Nieuw Guinea. De reis duurt ongeveer een week en voert ons langs Biak en het eiland Japen. We gaan daar niet aan wal. Het water bij de steigers is niet diep genoeg zodat we voor anker liggen. Met kleine schepen wordt er gelost en geladen en een dag later zijn we alweer op weg.
De accommodatie op het schip is niet lux, maar heel wat beter dan die de lokale bevolking heeft. De accommodatie van deze mensen bestaat uit een groot zeil boven het voordek. De reis verloopt goed, rustig weer en de zee is kalm en ik kan uren kijken naar de golven die langs het schip glijden.
In Hollandia verblijven we eerst een korte tijd in het hotel in Kota Baroe (Hollandia binnen) en dan verhuizen wij naar ons huis in Dok V (vijf). Het huis ligt een meter of 20 boven de zee en van daaruit hebben we een prachtig zicht op de baai waaraan Hollandia ligt.

In het verhaal ‘Zorgen voor mijn moeder‘ heb ik al verteld dat na de geboorte van mijn zusje, in 1951, mijn moeder veranderde.
In de tijd dat we in Manokwari waren was het rustig, voor mij een fijne tijd. In Hollandia veranderde dit heel sterk. De situatie werd nog slechter dan toen we nog in Zwolle woonden.

In de komende blogs, over mijn jeugd, zal dit wel naar voren komen.Het is al te makkelijk om de verslechterende situatie toe te schrijven aan het gedrag van mijn moeder. Zoals altijd in situaties waar mensen samenleven ligt de oorzaak van conflicten zelden bij één persoon. Niet dat ik precies ga uitleggen wat de rol van mijn vader is, de lezer zal enige moeite moeten doen om te zien dat mijn vader wel degelijk een belangrijke rol speelde in de situatie thuis, zoals ook al wel te lezen was in ‘Zorgen voor mijn moeder’.

Na het conflict met zijn baas in Manokwari, Pompen en weg wezen, moest er werk gevonden worden voor mijn vader. De Nederlandse staat had besloten dat het binnenland van Nieuw Guinea ontwikkeld moest worden. Het binnenland was alleen bereikbaar per voet of met kleine vliegtuigjes, Cesna’s. Om het binnenland te ontsluiten moesten er vliegvelden aangelegd worden waar Dakota’s konden landen. Mijn vader kreeg die opdracht. Daarvoor moest hij eerst een opleiding volgen in Port Morsbey, in Australisch Nieuw Guinea, nu Papua. Die opleiding duurde 4 maanden, waarbij mijn vader eens per maand een paar dagen thuis was. In de tijd dat hij weg was ging het thuis goed en was de situatie rustig, maar zodra mijn vader thuis was, soms al na een half uur, barstte de bom. Wordt vervolgd.

14 gedachtes over “Het wordt er niet beter op (1)

  1. Het klopt wat je schrijft over dat de oorzaak nooit bij een iemand ligt,het is een complex van omstandigheden, factoren en personen. Het is pas later dat je dat kunt gaan "ontleden" en kan gaan zien. In deze bijdrage zie ik met terugwerkende kracht de donkere wolken zich samen pakken boven je hoofd. Het lijkt me ook weer op een andere manier moeilijk voor een mens,kind als je ook tijden kent en hebt gekend waar het wel goed/beter ging.
    Hartelijke groet,Coby

  2. @Annet: dank voor de zonnebloem, hebik wel nodig bij het schrijven.
    En je hebt gelijk.
    @Linde: Bedankt Linde, het verhaal was er niet fleuriger op ge worden maar de entourage wel.
    @Coby: Gelukkig heeft alles een plaats gekregen, maar als kind had ik al wel in de gaten dat mijn vader geen makkelijke was ook niet voor mijn moeder.

  3. ik denk dat je als kind vaak gaat zitten bedenken wie verantwoordelijk of ‘schuldig’ is aan de situatie omdat we dat in onze maatschappij gewend zijn, we van jongs af aan te horen krijgen dat als dingen niet goed gaan, er een schuldige gezocht mòèt worden, i.p.v. een oplossing te zoeken hoe men het beter kan doen… aan de andere kant is het natuurlijk ook zo dat als ouders zouden weten hoe ze het beter moeten doen, ze het waarschijnlijk zouden doen… kinderen merken vaak pas tientallen jaren later hoe machteloos en zwak hun ouders in feite waren, ook al hadden ze een grote mond en maakten zo heftig ruzie dat het leek of ze flink en sterk waren…Reactie is geredigeerd

  4. @Maria: dat ze machteloos waren, zowel naar elkaar toe als naar ons, is nu heel duidelijk.
    In die tijd was het voor mij in ieder geval wel duidelijk dat mijn vader een grote rol speelde in de ruzies. Hoe en wat niet. Voor de anderen was vooral mijn moeder de kwade.

  5. @Luuk,
    ja, da’s duidelijk… ouders zoeken vaak een of meerdere bondgenoten bij hun kinderen. bovendien wil/kun je als kind meestal niet beseffen dat ze er àllebei een rommeltje van maken en bepaalde dingen helemaal verkeerd aanpakken…

  6. @Klaverblad: bedankt voor je compliment.
    @Gala: Bedankt, het wel mijn visie maar wil ook, nu er afstand is, zo eerlijk mogelijk er naar kijken.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s