Voorbereiding op het werkelijke leven als kostwinner

Goed, ik was dus blijven zitten in de vierde klas. Het was al de tweede keer dat ik een klas over zou doen, ook al een keer in de tweede klas, en het vooruitzicht dat ik minimaal twee jaar ouder zou zijn dan mijn aanstaande klasgenoten was ook geen plezierige gedachte.
Toch heb ik toen besloten het na de vakantie nog eens te proberen en niet naar een HBO opleiding te gaan.
Dus tijd voor vakantie.

Mijn vader was gek op Spanje, waarom is mij nooit duidelijk geweest, en besloot daarheen op vakantie te gaan. In het voorjaar had hij een Renault 4 aangeschaft en die zou hem er wel brengen. Nu gaan er wel veel makke schapen in een hok maar twee volwassenen en 5 kinderen, waarvan drie al boven de vijftien, gaan niet in een Renault 4 en zeker niet als er ook nog bagage mee moet, inclusief allerlei kampeerbenodigdheden.
Dus wie blijft er thuis? Voor mijn vader was dat wel duidelijk, zijn dochters, drie stuks met leeftijd 19, 12 en 2, gingen mee en de jongens, 17 en 15,  bleven thuis.
Je zou denken dat mijn oudste zus toch ook wel thuis kon blijven, met 19 jaar moet dat toch wel kunnen zou je denken.
Het denken van mijn vader stak toch wel iets anders in elkaar, dochters moet je beschermen tegen allerlei niet gewenste invloeden, jongens moet je harden voor het toekomstige leven als kostwinner. Dit laatste betekende ook dat er geen geld beschikbaar werd gesteld voor de vakantie voor mijn broer en mijzelf. Wilden wij ook op vakantie dan moest dat maar zelf verdient worden. Dus op zoek naar een vakantiebaantje.

Het werd arbeider, nu productiemedewerker, bij Olba in Olst, een vleesverwerkende en conservenfabriek. Drie weken lang elke morgen vroeg op, met de trein naar Olst en ’s avonds weer moe terug. Mijn broer volgde ging een week later aan de slag bij eenzelfde soort fabriek, Meesters, in Wijhe.
Het was hard werken maar niet onplezierig, leerde daar zwikken (om geld) en ouwe hoeren met Jan en alleman. Het was heet en benauwd zowel in als buiten de fabriek. Mijn taak bestond uit het verplaatsen van rekken met gebraden worstjes van de ovens naar de vriescel, van boven de dertig naar de -20 graden en weer terug.
Het scheen dat ik een harde werker was en zo kreeg ik als beloning voor mijn inzet de laatste vier dagen een luizenbaantje, ik werd portier bij de ingang waar alleen de directeur door kwam. De hele dag met de bene op tafel, het enige was tweemaal per dag de slagboom omhoog en omlaag als de directeur kwam en ging. Ik heb me nog nooit zo verveeld en was blij dat het erop zat.

Het geld dat ik verdiende was niet helemaal voor mezelf. In het kader de jongens op te voeden voor het werkelijke bestaan als kostwinner werd er door mijn vader geëist dat een derde wat we verdienden betaald werd kost en inwoning en aldus geschiedde. In de tijd dat hij met de rest op vakantie was moesten we ons zelf bedruipen, we verdienden zelf dus dat kon makkelijk.

Ik wilde na het werk op de fiets naar Terschelling , veertien dagen lang. Ik had dus een tent nodig en ander kampeerbenodigdheden. Ook hierin geen bijdrage, het moest bekostigd worden van mijn hard verdiende loon.
Tot overmaat van  ramp besloot mijn vader dat mijn broer te jong was om alleen op vakantie te gaan en dat hij met mij mee moest. Dit was niet mijn plan want mijn relatie met mijn jongere broer was niet echt geweldig, daarbij investeerde hij niet in de kampeeruitrusting die nodig was behalve de slaapzak die hij nodig had.
Het was in alle opzichten geen geslaagde vakantie, te meer omdat na het mooie weer tijdens het werk de depressies het land binnen kwamen en het alleen nog maar regende en hard waaide.

Het jaar daarop hetzelfde verhaal, alleen lagen de kosten wat lager omdat er geen kampeeruitrusting gekocht hoefde te worden. Wel kocht ik toen een nieuwe bril, tot dan toe een zwaar plastic montuur wat ik vreselijk vond, een licht , goudkleurig, montuur en om mezelf compleet te maken ook een horloge. Dus ook deze keer bleef er niet veel over voor de vakantie zelf.
Die keer moest mijn broer ook weer mee, dat ging vier dagen goed maar toen liep het helemaal mis, mijn broer ging terug naar huis en ik ging verder het IJsselmeer rond.

5 gedachtes over “Voorbereiding op het werkelijke leven als kostwinner

  1. Boeiend!
    Geloof dat ik het vakantieverhaal nooit had gelezen…
    Wat raar dat je helemaal geen ondersteuning kreeg.
    Al was het maar een pluim op je hoed geweest omdat je alles zo goed organiseerde…

  2. @Kuifje: Tja …., das war einmal
    @maria:geen complimenten, het adagium was een compliment zorgt ervoor dat ze buiten hun schoenen gaan lopen. het was gewoon je plicht braaf en meewerkend te zijn.
    Groet Luuk

  3. Dat komt mij allemaal zeer bekend voor. Al zijn er diverse dingen die ik niet meer zo helder voor de geest kan krijgen. Ik weet nog wel dat ik toen ik in 1956 naar de eerste klas van de lagere school ging, ik een jas aan had, door mijn moeder gemaakt van een oud gordijn. Een houtje / touwtje jas, dat spaarde productietijd vermoed ik nu.
    Vakanties waren zeer spaarzaam, ja je had vrij van school, maar je ging hooguit in die periode één keer ergens heen. Dierentuin, of het vuurwerk in Scheveningen, met de bus van Vlaardingen naar Scheveningen. Dat was een geboekte reis met de EVAG. Op mijn tiende ging ik de melkboer helpen, zo kwam ik de vakantie wel door. En als de melkboer zelf vakantie had, ging ik zijn broer helpen die ook melkboer was maar aan de andere kant van de stad. Dan was je nog eens 14 dagen ergens anders overdag. En door de weeks op de woensdagmiddag en de zaterdag. Iets van 10% draagde ik af aan mijn ouders. Die hadden het ook niet breed.
    In 1964 gingen wij eindelijk ook eens op vakantie, met de Zonexpres naar boulouris sur mer. De treinreis zal ik nooit vergeten, dat dorpje wel want er was niets te beleven. Dus liep je elke dag naar Saint Raphaël, daar was een groot station met veel stoomlocomotieven. Je had ongeveer 1 Franc te besteden per dag. Dus kocht ik een ansichtkaart met een topless Ile de Levant meisje om die later thuis aan je vrienden te kunnen laten zien en van de overige 35 Centime als ik weer in Boulouris was voor de gezamelijke avondmaaltijd in een soort kantine, een citroenijsje. Drinken deed je niet, geen geld voor. Hooguit af en toe bij een dorpsfontijntje.
    In december 1965 schoot mijn vader het resterende deel voor mijn Puch voor omdat in januari de BTW ingevoerd zou worden en dat ding weer even onbereikbaar zou zijn. Nou ja onbereikbaar, gewoon een jaar langer werken bij de melkboer. Maar in 1967 was het dan zover, ik ging met een klasgenoot op vakantie. Nou ja zijn vader en moeder waren er bij, die gingen met de auto ( van de zaak ) en wij op de brommert naar Ommen. Een of andere Christelijk Gereformeerde camping. Dat leek voor mij als Nederlands Hervormde op wielletjes tamelijk saai, maar ’s nacht bij de toiletten was je niet veilig. Uitgemergeld en moe kwam je weer thuis na 2 weken.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s