Een dag op het strand van Merauke

Het is vakantie en ik ben nog maar een paar dagen in Merauke. Er is daar niet zo veel te beleven en in afwachting van de reis die mijn oudste zus en ik met onze vader gaan maken, een dienstreis de Digoel op, gaan we een dag naar het strand.

Het strand bij Merauke is nogal slikkerig en de zee erg ondiep, je kan er niet echt zwemmen.
Je kan wel een kilometer lopen zonder dat het water kniehoog komt.

De dag na onze aankomst in Merauke was ik er ook al geweest. Net uit Nederland en nog zo wit als wat de hele dag in de zon en dat heb ik geweten. Die avond rood als een kreeft en een pijnlijke huid. De volgende keer wist ik het wel, ik houd de hele dag mijn shirt aan.

Deze maal gaan we naar het strand om te gaan vissen. Met een ééntonner rijden we met zijn allen naar het strand, wij en het sleepnet achterin de truck.

Op het strand wordt het sleepnet uitgerold, een lang net van ongeveer een meter hoog. Aan de weerszijden wordt een stok bevestigd en aan die stokken wordt het net door het ondiepe water gesleept en naar het strand toe getrokken. Tijdens het slepen zie ik een kleine haai voor het net uitzwemmen en met een bocht ontsnappen aan het net.

Op het strand wordt de vangst bekeken en daarna met het net aan de stokken gebonden en weer naar de ééntonner gebracht.

Dan is het tijd om de dorst te lessen, iemand klimt in een klapperboom en hakt bovenin een aantal klappers los die naar beneden vallen.

De bovenkant wordt eraf gekapt en de klapper kan leeggedronken worden. Geen sterke smaak maar wel erg lekker.

Op weg naar huis, weer achter in de truck met net en vis schuifelt een lange geelachtige slang over de weg en weet zich nog net te redden van de wielen van de truck.

Oorlogsdreiging

De kwestie Nieuw Guinea heeft op mij, een jongen van 16 jaar, een behoorlijk grote indruk gemaakt.
Na 1960 gebeurt er wel het een en ander.
In de omgeving van Merauke en Fakfak vinden droppings plaats van Indonesische para’s.
De berichtgeving in de Nieuw Guinea Koerier is vrij laconiek, Nederlandse militairen beheersen de situatie volkomen en hebben geen enkele moeite met de para’s. Bij Fakfak is dat, blijkt later, niet helemaal de waarheid. Daar wordt behoorlijk gevochten en sneuvelen Nederlandse militairen.
In Hollandia is het rustig, de actieradius van de Indonesische vliegtuigen is te klein om dit gebied te bereiken.
Toch is er wel degelijk iets van de oorlogsdreiging te merken.
Een smaldeel van de Nederlandse marine meert in Hollandia aan.
Het vliegdekschip Karel Doorman, twee fregatten en twee duikboten.

Het aantal militairen neemt toe. Zag je vroeger soms een marinier, nu is Hollandia er vol mee en zijn ze overal zichtbaar.
Er worden Nederlandse gezinnen gevraagd om twee of meer militairen een soort thuis te bieden. Ook bij ons komen regelmatig twee militairen, maar een tweede thuis is het bij ons niet geworden. Ik weet de namen niet meer en er zijn ook geen foto’s van deze jongens.

Op school wordt er ook over gesproken. De jongens van Papoea afkomst hebben het, zacht uitgedrukt, niet erg op met de Indonesische regering, op een na.
Leraren praten er niet over, ook niet toen boven onze school drie kanonnen werden geplaatst. Het plaatsen van die kanonnen was voor mij, niet direct angstig, maar wel een teken dat het ook in Hollandia serieus kon worden.
Eén leraar sprak wel over de situatie, dat was de leraar gymnastiek.
Hij was van Indische afkomst en had in zijn jeugd en Indonesië gewoond, de Jappenkampen meegemaakt en waren door de Indonesische regering in 1950 het land uitgezet.
Hij besprak niet de politieke en of de militaire situatie met ons, maar vertelde over zijn afkeer van Soekarno, dat, wanneer er in Hollandia iets gebeurde, hij wel wist wat hij deed. De man was bang, dat was duidelijk, hij zou direct vluchten, had zijn speedboot klaar liggen om direct de Imbibaai over te steken en naar het Australische gedeelte van Nieuw Guinea gaan.

De Imbibaai

Eind juni 1962 wordt bekend gemaakt dat Nederland Nieuw Guinea zal overdragen aan de VN, en dat de Nederlanders, in eerste instantie de vrouwen en kinderen, gerepatrieerd zullen worden op een zo kort mogelijk termijn.
Dit is het moment voor veel Indische Nederlanders, die nog nooit in Nederland zijn geweest, waarvoor zij gevreesd hebben. Voor de tweede keer verdreven uit wat zij als hun land zien.

Op tournee 7 – Naar ‘huis’.

We gaan weer terug naar “huis”. Voor mij is het niet mijn thuis, het is 6 weken geleden dat ik, vanuit Nederland, in Merauke ben gekomen en over ruim twee weken zal ik in Hollandia wonen. Maar goed, we gaan naar huis, naar mijn moeder, broertje en zusje.

We varen nu stroomafwaarts op de Digoel. Er is een karabijn aan boord en er wordt op de kleine krokodillen op de oevers geschoten. Ook ik mag het proberen, maar net als de meer professionele schutters mis ik elk doel.

Volgens de kapitein van de boot zal de vloedgolf binnen een uur komen en hij zoekt een baaitje waar het schip in rustig vaarwater ligt. Ik vermaak me tijdens het wachten met vissen. Als jager stel ik vreselijk teleur, na het schieten, levert ook deze jachtmethode niets op.

Na een dik uur wachten verschijnt de vloedgolf, erg indrukwekkend is die niet. De golf is ongeveer een meter hoog en erg breed, meer een éénmalige deining.

Na het passeren van de vloedgolf gaan we verder, de rivier wordt steeds breder en er is steeds minder van de oevers te zien.

Als het donker wordt komen we bij de monding van de Digoel. Over een uur of twee komen we op zee, en ik krijg van mijn vader pilletjes tegen zeeziekte, waarna ik te kooi ga.

Als ik wakker word is het al negen uur en het schip vaart in rustig water.

Vervolgens kom ik aan dek kom zie ik dat we niet meer op zee zitten maar dat we in de prinses Mariannestraat varen, een vaargeul tussen het Frederik Hendrik eiland en het vaste land.

In ieder geval hebben de pilletjes hun werk goed gedaan en kan ik, voor zover dat mogelijk is met het aanwezige eten, lekker ontbijten.

We varen de vaargeul naar Kimaan in, links en rechts zie je zoutwatermoerassen en slikvelden. Het hoogste punt het Frederik Hendrik eiland ligt maar een paar meter boven de zeespiegel, en grote delen van dit eiland staan regelmatig door overstromingen onder water.

Op de steiger van Kimaan

Het verblijf in Kimaan duurt een paar uur waarna we verder door de Mariannestraat varen in de richting Merauke.

Laat in de avond komen we in Merauke aan.

De vakantie is bijna voorbij, nog een goede week en we vliegen naar Hollandia, waar ik naar de HBS zal gaan.

In die week wordt de boel ingepakt, in een grote kist, en aan bord van een KPM-schip gebracht.

Op naar Hollandia.

Twee maanden Merauke

In Merauke heb ik maar twee maand gewoond, en in die twee maanden ben ik ook nog 6 weken op reis geweest. Maar daarover later.
In de maanden juli, augustus is het de droge tijd in Merauke. De wegen zijn nergens geasfalteerd en bestaan uit stoffige wasborden, je rammelt bij elke rit weer helemaal door elkaar.
Merauke ligt in het zuiden van Nieuw Guinea dicht tegen de grens met het Papua Guinea.
Het is daar plat, net als in Nederland, wat niet vreemd is want het is het deltagebied van de rivieren die het water van de bergen, midden op Nieuw Guinea, naar het zuiden afvoeren.
Veel moerassen, dus muskieten, en klei.
Het is vooral heet en er valt niet veel te doen.


De weg naar het strand

Je kunt naar het strand gaan, maar echt leuk is het daar niet. Het strand is wel zanderig, beetje grijzig van kleur, maar zwemmen kan je niet. Het water komt tot je knieën soms tot je heupen en dat kilometers ver. Verbranden dat kan je wel en dat heb ik ook gedaan, de eerste dag al, zo rood als een kreeft.

Het strand

Je kunt er wel vissen, niet met een hengel maar met een sleepnet. Een heel lang net van een dikke meter hoog. Het wordt op een 300 meter uit de kust uitgerold en wordt dan voortgetrokken in de richting van het strand. Dicht bij het strand wordt het net gesloten en wordt de vis het land opgetrokken. De vissen die ik me nog herinner waren kleine roggen (80 cm breed), met stekel, en kleine haaien.

Je kunt de karkassen van vliegtuigen bekijken die achter gebleven zijn na de oorlog, maar dan heb je het wel gehad.

Mijn broertje en zusje in de cockpit

s’ Nachts gaat de lokale bevolking op hertenjacht. Ooit heeft men hier herten naar toegebracht maar door gebrek aan grote jagers, komen nergens op Nieuw Guinea voor, is het een plaag geworden. Het jagen gaat simpel. Je neemt een truck of landrover, je zet een paar schijnwerpers er op en je neemt en geweer mee. Je rijdt de vlakte, begroeit met hoog gras, in, zet je schijnwerper aan en de herten, die verblind zijn wachten rustig af tot ze neer geschoten worden.
’s Morgens om 8 uur is er dan een hertenvleesmarkt op de steiger van de haven. Prachtige hertenbiefstukken van een kilo of drie voor 1 gulden, geen geld.

Op de traditionele Nederlandse feestdagen lijkt het net Nederland, zoals te zien aan de volgende foto’s.


Koekhappen op koninginnedag

aankomst van Sinterklaas in Merauke

Na een week in Merauke gaan mijn zus en ik met mijn vader op tournee. Zes weken met een boot het zuiden van Nieuw Guinea in. Naar de Asmat waar de koppensnellers wonen.

De dansende dakota

De ambtenaren die in Nieuw Guinea werken hebben eens in de drie jaar verlof. Dit verlof duurt 6 maand. De kinderen van die ambtenaren die in Nederland wonen kunnen één keer in die drie jaar op vakantie naar Nieuw Guinea.

In juli 1960 zijn onze ouders alweer anderhalf jaar in Nieuw Guinea en kunnen wij naar hen toe. Omdat we tot die tijd altijd met onze ouders gereisd hebben zijn we niet in het bezit van een paspoort.

Het ministerie van Overzeese gebiedsdelen regelt die zaken en zorgt ook voor de andere reispapieren zoals de tickets. Mijn zus en ik moeten daarvoor naar Den Haag.
Daar ontvangen wij het paspoort, de tickets en een KLM koffertje.
Alles is nu in orde en we kunnen vertrekken.

Mijn zus ik en ik reizen zonder de familie Pieper en het gastgezin, waar mijn zus tot die tijd woonde, naar Amsterdam CS. Daar is een KLM bushalte waar we de bus kunnen nemen naar Schiphol. Bij de bus is een stewardess die ons opvangt.

De hele reis tot en met Biak reizen we met de begeleiding van een stewardess.

De reis naar Biak in Nieuw Guinea gaat ditmaal over de Noordpool en we vliegen met een DC 7, er zijn al wel straalvliegtuigen, maar dit is er nog een met propeller.
In het toestel zitten nog twee meisjes die ook naar hun ouders in Merauke gaan.

De eerste tussenlanding is in Reykjavik. Het is wel zomer, maar het is daar winderig en koud.
Het vliegtuig wordt getankt voor de 17 uur durende vlucht naar Anchorage in Alaska.
We zitten bij het raampje maar het uitzicht is vreselijk saai. Je ziet of zee of sneeuwvelden.
Omdat we boven de poolcirkel vliegen wordt het niet donker. In Anchorage aangekomen zijn we dan ook geradbraakt.

Vliegveld van Anchorage in 1960

De stop duurt iets meer dan een uur en dan op weg naar Tokyo.
Weer niets te zien, alleen water.
Van Tokyo naar Manilla, idem dito.
Van Manilla naar Biak, water, water, water.
In Biak moeten we overnachten omdat het vliegtuig naar Merauke de volgende dag pas vertrekt.
Overal weten ze wie we zijn en alles is prima verzorgd.

De vlucht naar Hollandia is rustig, je vliegt over zee en over oerwoud dat er uit ziet als een boerenkoolveld.

In de verte ligt het vliegveld van Hollandia

In Hollandia is er een probleem. Om in Merauke te komen moet je Nieuw Guinea dwars overvliegen. Midden op dit eiland ligt een bergketen en het weer in dat gebied is slecht.
De Dakota’s waarmee gevlogen wordt hebben geen drukcabine en mogen niet hoger vliegen dan 3000 m. De pas waarover gevlogen moet worden heeft een hoogte van 2200 m.
Er is daar zwaar weer en veel turbulentie.
Iedereen die naar Merauke moet staat bij elkaar en luistert naar wat de piloten te zeggen hebben. Na een uur of twee wordt de passagiers verteld dat ze de gok wagen. Is het te slecht dan keren ze om.

In het begin is de vlucht redelijk rustig, wel wat turbulentie maar niet dat wat nog komen gaat.

Deze foto is genomen bij veel beter weer dan wij toen hadden.
In de verte zie je de besneeuwde toppen van het Sterrengebergte (5000m)

Als we in de buurt van de pas komen waar over het gebergte gevlogen wordt is er vreselijke turbulentie. Vanuit het raampje zie je het bos onder je met een vreselijke vaart naar je toe komen en even later weer even snel van je wegschieten. Normaal heb ik gauw last van misselijkheid, maar daar is nu geen tijd voor. Het vliegtuig danst met reuzensprongen op en neer.

Zodra we de bergen over zijn wordt het weer rustig en een uur later landen wij in Merauke, waar onze ouders, broertje en zusje op ons wachten.

Rechts staat mijn familie en helemaal rechts sta ik.