Melancholie

Als de kleur verdwijnt in nevel en mist en als dan ook de bomen zacht ruisen in de wind dan bekruipt me soms een gevoel wat me terug brengt naar mijn jeugd.

Ik zit in een kuil op de heide bij Ermelo, het is nevelig, somber en het is een onzekere tijd. Niet alleen ben ik dan net twaalf maar ook ga ik over niet te lange tijd wonen bij pleegouders omdat mijn echte weer naar Nieuw-Guinea vertrekken. Ik voel me verdrietig, eenzaam en verloren. Ik weet niet wat beter is (nu zou ik slechter zeggen maar toen niet) thuis met mijn ouders of bij anderen, vreemden wonen.

Het is niet meer zwaarwegend of voortdurend aanwezig, maar het verleden verdwijnt nooit, het is er altijd en steekt zo nu en dan zijn kop op.

Een dag op het strand van Merauke

Het is vakantie en ik ben nog maar een paar dagen in Merauke. Er is daar niet zo veel te beleven en in afwachting van de reis die mijn oudste zus en ik met onze vader gaan maken, een dienstreis de Digoel op, gaan we een dag naar het strand.

Het strand bij Merauke is nogal slikkerig en de zee erg ondiep, je kan er niet echt zwemmen.
Je kan wel een kilometer lopen zonder dat het water kniehoog komt.

De dag na onze aankomst in Merauke was ik er ook al geweest. Net uit Nederland en nog zo wit als wat de hele dag in de zon en dat heb ik geweten. Die avond rood als een kreeft en een pijnlijke huid. De volgende keer wist ik het wel, ik houd de hele dag mijn shirt aan.

Deze maal gaan we naar het strand om te gaan vissen. Met een ééntonner rijden we met zijn allen naar het strand, wij en het sleepnet achterin de truck.

Op het strand wordt het sleepnet uitgerold, een lang net van ongeveer een meter hoog. Aan de weerszijden wordt een stok bevestigd en aan die stokken wordt het net door het ondiepe water gesleept en naar het strand toe getrokken. Tijdens het slepen zie ik een kleine haai voor het net uitzwemmen en met een bocht ontsnappen aan het net.

Op het strand wordt de vangst bekeken en daarna met het net aan de stokken gebonden en weer naar de ééntonner gebracht.

Dan is het tijd om de dorst te lessen, iemand klimt in een klapperboom en hakt bovenin een aantal klappers los die naar beneden vallen.

De bovenkant wordt eraf gekapt en de klapper kan leeggedronken worden. Geen sterke smaak maar wel erg lekker.

Op weg naar huis, weer achter in de truck met net en vis schuifelt een lange geelachtige slang over de weg en weet zich nog net te redden van de wielen van de truck.

Sinterklaas 1947

De tijd van Sinterklaas ligt al weer een tijdje achter ons en voor mij wat betreft in het geloof in die heilige man al helemaal.
Mijn eerste herinnering aan Sinterklaas komen zijn uit 1947 of 1948. We woonden toen in Semarang op Java.
De heilige man herinner ik me niet maar wel wat die knecht van hem deed.
Als we in bed lagen, in het donker, kwam die langs rammelend met een ketting.
Of ik huiverde van dit geluid kan ik me niet herinneren maar het staat me wel bij dat het niet iets was waarvan ik genoot.
Wat veel leuker was dat, nadat

hij rammelende was voorbij gekomen, de volgende ochtend op de vensterbank buiten snoepjes lagen, keurig in een papiertje verpakt. Het uitpakken ging niet makkelijk, door de warmte waren de snoepjes kleverig en plakten aan het papiertje.
Het waren een soort ulevellen (voor wie dit nog wat zegt) en zodra ik de geur weer van dit soort snoepjes weer ruik hoor ik de kettingen weer en zie de snoepjes in de vensterbank liggen

Sinterklaas is in 1947 ook bij ons op bezoek geweest, niet dat ik me daar iets van herinner maar de foto’s laten zien dat het wel gebeurt is.
Mijn ouders hebben in ieder geval veel plezier aan dit bezoek van Sinterklaas beleefd.
De heilige man was een vriend van mijn ouders die wij, mijn zus en ik ook goed kenden.<
Zijn kleding was in de haast in elkaar gefabriceerd en zijn baard bestond uit uitgeplozen sisaltouw Volgens de overlevering was die man voor mijn zus en mij een levensechte Sinterklaas.
Ons geloof wankelde ook niet toen de man zijn baard optilde om een borrel naar binnen te gieten en het bleef niet bij een borrel.
Mijn geloof in Sinterklaas is gestopt na mijn zesde verjaardag en natuurlijk heb ik daarna het verhaal over die heilig man in Semarang vaak gehoord.
Het moet een jaar of wat later zijn geweest dat ik, naar aanleiding van dit verhaal, me bewust werd dat het geloof in iets of iemand er voor zorgen kan dat je de werkelijkheid, of misschien een andere werkelijkheid, niet kan zien.
Wat mij niet belet heeft om zo nu en dan even stom te zijn geweest als toen, en wie weet is dat nu nog wel zo.