Een snoek

Wat je hier ziet is de muziekkoepel (pagode) in het Leidse Hout in Leiden. Op het podium ervan zie je een man leunen tegen de reling van de koepel, deze man gaat later met een andere man, die achter de pilaar van de koepel met een vrouw aan het dansen, de tango dansen, waarover ik eerder al geschreven heb.

Maar dit gaat niet over die man of het tango dansen maar over de jongen die je ook op het podium ziet staan. Deze jongen had een werphengel die hij regelmatig uitgooiden en langzaam weer binnen haalde. Toen ik dichterbij kwam zag ik dat aan de haak van de lijn die hij uitgooide kunstaas zat in de vorm van een vis, ongeveer 15 cm groot.

Ik heb nooit op snoek gevist, wel eens een kleine gevangen maar dat was toeval omdat dat kleine snoekje net een visje verschalkte dat aan mijn deeg aas zat te snoepen. Maar wil een snoeken biten op dit stuk kunstaas zal het toch wel een behoorlijke snoek. moeten zijn. Later ben ik op het podium naar het water gaan kijken. Het was beest helder en ik zag dat de nogal slikkerige bodem niet veel meer dan 30 cm onder de waterspiegel lag. Niet echt het jacht terrein voor een redelijke snoek.

Wat wil ik hier mee vertellen? Dat ik als volwassene beredeneer dat de jongen een onmogelijk avontuur najaagt, en dat die jongen een machtige hengel heeft met een pracht stuk kunstaas en zich kan voorstellen dat hij die ene grote snoek zal vangen. Ik zou best nog die jongen willen zijn.

Rivierhout

Op een woensdag, twee weken geleden, liep ik weer eens lekker in het zonnetje te wandelen in de Ravenswaarden bij het zandgat. Er liepen ook twee mannen wat onderzoeken en kijkend rond. Omdat ik graag van alles wil weten, en zeker wat natuur betreft, vroeg ik hen welk onderzoek ze deden.

Allereerst deden ze een bekentenis, ze waren op pad voor hun werk maar eigenlijk was het, na het lange doordeweekse binnen zitten, een heerlijke wandeling door de natuur op kosten van de baas, Rijkswaterstaat. Ze deden onderzoek naar het plaatsen van bomen, rivierhout, tussen de kribben, dit voor het verbeteren van de leefomstandigheden van de vissen.

Eerst liepen ze overal rond waar de rivier wel was geweest, maar al lang weer weg was. Maar uiteindelijk zag ik ze toch staan om de plaats waar om het ging, de kribben, die net nog boven het water uitstaken.

Ik heb ze niet op de foto gezegd, want wie weet wat de baas er wel van vindt.

Een dag op het strand van Merauke

Het is vakantie en ik ben nog maar een paar dagen in Merauke. Er is daar niet zo veel te beleven en in afwachting van de reis die mijn oudste zus en ik met onze vader gaan maken, een dienstreis de Digoel op, gaan we een dag naar het strand.

Het strand bij Merauke is nogal slikkerig en de zee erg ondiep, je kan er niet echt zwemmen.
Je kan wel een kilometer lopen zonder dat het water kniehoog komt.

De dag na onze aankomst in Merauke was ik er ook al geweest. Net uit Nederland en nog zo wit als wat de hele dag in de zon en dat heb ik geweten. Die avond rood als een kreeft en een pijnlijke huid. De volgende keer wist ik het wel, ik houd de hele dag mijn shirt aan.

Deze maal gaan we naar het strand om te gaan vissen. Met een ééntonner rijden we met zijn allen naar het strand, wij en het sleepnet achterin de truck.

Op het strand wordt het sleepnet uitgerold, een lang net van ongeveer een meter hoog. Aan de weerszijden wordt een stok bevestigd en aan die stokken wordt het net door het ondiepe water gesleept en naar het strand toe getrokken. Tijdens het slepen zie ik een kleine haai voor het net uitzwemmen en met een bocht ontsnappen aan het net.

Op het strand wordt de vangst bekeken en daarna met het net aan de stokken gebonden en weer naar de ééntonner gebracht.

Dan is het tijd om de dorst te lessen, iemand klimt in een klapperboom en hakt bovenin een aantal klappers los die naar beneden vallen.

De bovenkant wordt eraf gekapt en de klapper kan leeggedronken worden. Geen sterke smaak maar wel erg lekker.

Op weg naar huis, weer achter in de truck met net en vis schuifelt een lange geelachtige slang over de weg en weet zich nog net te redden van de wielen van de truck.

Veel beelden, weinig verhalen

De herinneringen aan mijn jeugd bestaan niet zozeer uit verhalen maar vooral uit beelden van die tijd en omgeving.

Dit geldt zeker voor mijn herinneringen uit Manokwari.

Een greep uit die beelden:

Ik zie mezelf, samen met mijn vader, in een prauw. We zijn aan het vissen. Het water is zo helder dat ik de bodem, een 30 meter dieper, kan zien. Het vissen doen we niet met een hengel, maar door een vislijn over boord te gooien en over je vinger te leggen. Als je beet hebt voel je een rukje aan de vislijn.
Mijn vader haalt een kreeft naar boven en deponeert die op de bodem van de prauw. Ik vind het al eng in de prauw, ik kan niet zwemmen en zie de diepte, maar met de kreeft met zijn grote scharen erbij wil ik maar een ding terug.

Een ander beeld. Op een zondagmorgen rijden we naar de vuurtoren van Manokwari. De vuurtoren staat op een lage kale rotspunt in zee. Op het ogenblik dat we uitstappen zien we een reusachtige golf, zeker een meter of 10 hoog, op de kust afkomen. Razendsnel stappen we weer in en gaan van door.
Ik ben aan het vissen met een werpspeer. Om het steigertje bij de zondagsschool zwemmen allerlei kleurige vissen. Iedere keer werp ik de speer in het water, maar tref geen enkele vis. Pas jaren later tijdens de natuurkunde lessen weet ik pas waarom dit zo was.

Weer een zondag. ‘s Morgens vroeg vertrekken we met een landingsvaartuig van de marine naar een kustdorp, Ransiki, een eind verderop. De bedoeling is een lading grind halen, die nodig is voor de bouw van de sleephelling. Als we de baai bij Ransiki invaren zie ik een dolfijn het water uitschieten en er weer er in plonzen. De volgende dolfijn die ik zie is in het Dolfinarium.
Het rondrijden in de omgeving. Naar pasir poetih, het witte strand, om te gaan zwemmen. Naar het zwarte strand met de strandvlooien, aan de andere kant van de landtong waarop Manokwari ligt. Over heel krakkemikkige bruggetjes rijden, in de diepe modderpoelen vast komen zitten, het eruit lieren waarbij soms een boom omgaat. De toekans in de bomen.

Schelpen en kattenogen zoeken langs de vloedlijn en de plaats waar je bloedkoraal kon vinden.

      Voor- en achterkant kattenoog