Wandeling Wijhe – Zwolle

De wandeling gaat zowel  over verharde als onverharde wegen en paden.
De start is bij de camperplaats aan de haven van Wijhe, Veerweg 8131 Wijhe.
De wandeling gaat onder aan de IJsseldijk of over de  IJsseldijk van Wijhe naar Zwolle,  daar waar het niet mogelijk is de dijk te volgen wordt er, zoals bij Windesheim, Harculo en Vlakbij Zwolle, wordt loopt de route dichtbij de dijk.

De lengte van de wandeling is 20,3 km.


wijhe-zwolle-kaart

De lengte van de wandeling is 20,3 km.

GPS wandeling Wijhe – Zwolle: Download
Route beschrijving wandeling Wijhe – Zwolle: Openen


De start is bij de camperplaats aan de haven van Wijhe, Veerweg 8131 Wijhe.

Route Wijhe – Zwolle:

  1. Bij de camperplaats, op de Veerweg, linksaf het voetpad langs de IJssel op gaan. Het voetpad maakt een bocht naar rechts en komt aan het einde weer uit op de Veerweg, vlak bij de aanlegplaats van de pont. Daar rechtsaf de Veerweg op.
  2. De Veerweg maakt, vlakbij de dijk, een bocht naar rechts, even verder linksaf het fietspad onder de dijk opgaan. Soms gaat het fietspad de dijk op, en even verderop er weer af, maar dan gewoon onderaan de dijk doorlopen.
  3. Doorlopen tot waar de dijk een bocht naar links maak, het fietspad gaat daar ook omhoog. Daar linksaf het fietspad, richting Zwolle, opgaan.
  4. Na het passeren van het dorpje Herxen, rechts van de dijk, stopt het fietspad. De weg gaat daar met een scherpe bocht naar rechts de dijk af. Deze weg volgen.
  5. De eerste weg links nemen, doorlopen tot aan natuurgebied. Daar het eerste bospad links, onverhard, opgaan. Dit pad loopt het bos uit en komt uit op een soort verharde weg, doorlopen en eerste bospad rechts ingaan.
  6. Dit bospad uitlopen tot verharde we, daar linksaf en de dijk opgaan. Boven op de dijk rechtsaf de dijk volgen, onverhard pad.
  7. De onverharde dijk gaat over in een verharde weg op de dijk, de Fabrieksweg. Deze verharde weg over de dijk volgen tot dat deze weg naar rechts de dijk afgaat. Deze weg naar rechts volgen.
  8. De eerste weg links in gaan en daar waar de weg een bocht naar links maakt rechtdoor gaan de dijk op. (Hier is het complex van de voormalige elektriciteitscentrale van Harculo te zien. De twee kenmerkende schoorstenen van deze centrale zijn al weg. Wanneer de hele centrale weg is en wat er dan met het terrein gebeurt is mij onbekend.)
  9. Boven aan de dijk rechtsaf en de dijk volgen tot een hek, daar rechtsaf de dijk naar beneden gaan en bij de verharde weg linksaf.
  10. Bij de T-splitsing rechtsaf en even verderop linksaf het voetpad opgaan. Dit voetpad komt uit bij een woonwijk, daar rechtsaf en doorlopen tot de dijk, de dijk opgaan en daar rechtsaf.
  11. Het fietspad, en de dijk, maakt eerst een bocht naar links en dan een bocht naar rechts. Dan gaat het fietspad de dijk af. Het fietspad naar beneden volgen en onderaan de dijk linksaf gaan, de Oldeneelweg op.
  12. Aan het einde van de Oldeneelweg linksaf de Kleine Veerweg in. De Kleine Veerweg weg komt bovenop de dijk uit, daar rechtsaf de weg over de dijk volgen. Links is het stadje Hattem te zien. De dijk blijven volgen tot vlak voor de spoorbrug over de IJssel. Daar naar beneden, langs het begin van het rangeerterrein het viaduct onder het spoor doorgaan.
  13. Na het viaduct het eerste pad rechts, onverhard, ingaan. Dit pad slingert langs de rand van het Engelse Werk, langs het spoor en rangeerterrein. Dit pad blijven volgen, geen zijpad naar links of rechts ingaan. Het pad maakt een bocht naar links, buigt van het spoor af. Doorlopen tot aan T-splitsing (verharde weg), daar rechtsaf.
  14. Door de fietstunnel lopen tot aan het eerste kruispunt met stoplichten. Daar linksaf en de wegen oversteken. Aan de andere kant rechts af de rustige kant van de Veerallee volgen.
  15. Bij de spoorwegovergang recht doorgaan, de Willemskade die weer overgaat in de Harm Smeengekade. Rechts is het centrum van Zwolle te zien. De Harm Smeengekade gaat over in de Pannekoekendijk.
  16. De weg komt uit bij een brug over het Zwarte Water. Deze brug overgaan en bij de rotonde linksaf, de Burgemeester Roelenweg.
  17. Doorlopen tot de eerste bushalte, lijn 1 en 83. Beide rijden naar Station Zwolle.
  18. Dit is het eindpunt van de route.


De start bij de bushalte lijn 1 en 83 aan de Burgemeester Roelenweg, 8021 EV Zwolle.

Route Zwolle – Wijhe:

  1. Bij de bushalte, met het gezicht naar de weg, naar links gaan. Bij de rotonde naar rechts gaan, de Pannekoekendijk. De brug over het Zwarte water overgaan en recht doorgaan. De Pannekoekendijk gaat over in de Harm Smeengekade, de weg blijven volgen. Links is het centrum van Zwolle te zien.
  2. De Harm Smeengekade blijven volgen, deze gaat over in de Willemskade. De spoorwegovergang overgaan en rechtdoor lopen. De Willemskade gaat over in de Veerallee. Nog steeds recht doorgaan.
  3. Bij de Prinses Julianastraat, aan de rechterkant, linksaf en de wegen oversteken. Aan de overkant rechtsaf en doorlopen tot na de fietstunnel.
  4. Na de fietstunnel linksaf, onverhard pad, het Engelse Werk in. Dit pad maakt een bocht naar rechts en slingert langs de rand van het Engelse Werk en het spoor en rangeerterrein. Dit pad blijven volgen tot het uitkomt op een verharde weg.
  5. Linksaf de verharde weg op en onder het spoorviaduct gaan. Langs het begin van het Rangeerterrein lopen en dan rechtsaf de dijk op.
  6. Op de dijk linksaf het verharde fietspad op. Onderweg is rechts het stadje Hattem aan de overkant van de IJssel te zien.
  7. Het fietspad gaat over in een verharde weg. Aan het eind maakt die weg een bocht naar links en gaat de dijk af, dit is de Kleine Veerweg. De eerste weg rechts in gaan, de Oldeneelweg.
  8. De Oldeneelweg blijven volgen totdat er rechts een fietspad de dijk op gaat. Dit fietspad volgen. Boven op de dijk linksaf het fietspad blijven volgen. Het fietspad, en de dijk, maakt eerst een haakse bocht naar links en dan een haaks bocht naar rechts. Dan gaat het fietspad, naar links, weer de dijk af.
  9. Recht doorgaan tot er rechts een voetpad is, dit voetpad ingaan. Aan het einde van het voetpad rechtsaf.
  10. De weg maak een bocht naar rechts en vlak daarna linksaf het Harculosepad op. Na het huis aan de rechterkant rechtsaf de dijk op gaan en bovenop de dijk linksaf. (Hier is het complex van de voormalige elektriciteitscentrale van Harculo te zien. De twee kenmerkende schoorstenen van deze centrale zijn al weg. Wanneer de hele centrale weg is en wat er dan met het terrein gebeurt is mij onbekend.)
  11. De dijk maakt een bocht naar rechts en daar waar het Harculosepad een bocht naar links maakt de linksaf dijk af gaan en recht doorgaan het Harculosepad op.
  12. Bij de kruising rechtsaf, de Fabrieksweg. De Fabrieksweg gaat de dijk op en daar linksaf over de dijk de Fabrieksweg blijven volgen. De Fabrieksweg buigt naar rechts maar recht doorgaan over de dijk, onverhard pad.
  13. Het onverharde pad over de dijken blijven volgen tot het uitkomt op een verharde weg, daar  linksaf de verharde weg op. Dan het eerste onverharde bospad rechts ingaan. Dit pad komt weer uit op een soort verharde weg, daar linksaf.
  14. De ze verharde weg maakt een bocht naar links maar dan recht doorgaan het bospad in. Het bospad komt uit op een verharde weg, daar rechtsaf.  Bij de T-splitsing rechtsaf., even verder gaat deze weg over in fietspad en gaat de dijk weer op.
  15. Boven op de dijk linksaf. Links is het dorpje Herxen te zien. Dit fietspad uitlopen tot aan de provinciale weg. De dijk maakt daar een bocht naar rechts, daar de dijk af en het fietspad onder aan de dijk volgen. Het fietspad gaat soms de dijk weer op en dan de dijk weer af, in dat geval gewoon doorgaan onder aan de dijk.
  16. Bij Wijhe komt het fietspad uit op de Veerweg. Daar rechtsaf. Doorlopen tot het veer en dan linksaf het voetpad langs de IJssel op. Dit pad maakt een bocht naar links en komt uit op de Veerweg. daar rechtsaf en bij de Camperplaats is het eindpunt van de route.


De wandeling en foto’s zijn gemaakt op 22 maart 2017.

Het virtuele herbarium (107) – Steenanjer

Algemeen De steenanjer komt in heel Europa voor. In Nederland is de plant alleen te vinden langs de Overijsselse Vecht en bij de Dinkel.

De steenanjer groeit in droge en zandige graslanden en houdt van een kalkarme, niet al te voedselarme grond.

Naam Nederlands Steenanjer
familie Nederlands Anjerfamilie
familie Latijn Carophyllaceae
naam Latijn Dianthus deltoides
kleur rood – rose
bloeitijd mei tot november
hoogte 15 tot 40 cm
soort Vast – kruidachtig
standplaats Zonnig
bloem Bloeit in alleenstaand – vijftallig
blad kruisgewijs tegenoverstaand – lancetvormig – rand gaaf – parallelnervig
bijzonderheden De steenanjer wordt ook wel Zwolse anjer genoemd.

De foto’s zijn in 2008  in de tuin genomen.

De Zwolse leemputten en het Zwillbrocker Venn

De wandeling heeft een lengte van 10 km en bestaat, zoals de naam al aangeeft uit twee gedeeltes, namelijk wandeling over het natuurpad bij de Zwolse leemputten, Zwolle bij Groenlo, en vervolgens een wandeling om het Zwillbrocker Venn.

Het natuurpad heeft een lengte van 3 km en slingert tussen de leemputten door. De leemputten zijn ontstaan door het afgraven van de klei voor de steenfabriek.
Het Zwillbrocker Venn ligt in Duitsland, net over de grens, en is een restant van een groot hoogveengebied dat zich tot ver in Nederland heeft uitgestrekt.

Beide gebieden zijn voor vogelliefhebbers, zeker in het voorjaar, het bezoeken waard.
Boomvalken, zaagbekken en andere watervogels zijn te zien. Ook de wielewaal komt daarvoor. Het Zwillbrocker Venn is vooral bekend door de broedende flamingo’s.



Route:

Het gps bestand van de wandeling Zwolse leemputten – Zwillbrockervenn: download (7 kB).

De start van de wandeling is vanuit het café Haak en Hoek aan de Holterhoekseweg. Daar is ook een parkeerplaats.


Voor de wandeling tussen de leemputten door moet je vanaf de parkeerplaats links het zandpad, de Tichelovenweg op gaan en dan naar rechts het natuurpad op. Verder de paaltjes met gele kop met richtingpijl volgen.

De Tichelovenweg



Om de wandeling om het Zwillbrocker Venn te maken moet je de weg bij het café oversteken en het bospad in gaan. Na enige tijd kom je bij het pad om het Zwillbrocker Venn.
Om de barokke kloosterkerk van Zwillbrock te zien, even van het pad afgaan, daar waar de pijl op de kaart staat getekend.

Het water staat laag en de dode stronken zijn te zien

Eiland waarop in voorjaar flamingo’s broeden

Grens tussen Nederland en Duitsland

’62 – ’63, de vierde klas HBS-B

De vierde klas, HBS-B.
Een erg gelukkig schooljaar was dat niet.
Ik was terecht gekomen in een klas met 25 leerlingen waarvan 8 doublanten.
De medeleerlingen waren aardig genoeg, veel interesse uiteraard voor mijn buitenlandse avontuur.
Na de wat losse manier in Nieuw-Guinea, afgezien van de wiskunde leraar daar, was de strenge manier van lesgeven op de nieuwe school vreselijk wennen.
Echt hard werken had ik nog nooit gedaan.
Afgezien van 2 gymnasium waar ik was blijven zitten, had ik door geluk en het aan komen vliegen niet echt gewerkt voor school. Huiswerk, het maken raffelde ik af, leerwerk bladerde ik door.

Deze strategie leverde in de vierde klas vreselijke resultaten op.
Daarnaast was ik iemand die meestal zei wat ik dacht, wat natuurlijk ook wel wennen, in zoverre ze er ooit aan gewend zijn geraakt, was voor de leraren.
Nee het ging niet goed.
Ik was vaak moe, ging als ik thuis kwam slapen en kwam maar niet vooruit.
Op school lag ik voorover op de bank, waarbij ik soms even echt sliep.
Als de leraren, vooral die van geschiedenis en Nederlands zeiden dat ik niet oplette, zei ik: “Vraag maar wat u gezegd hebt dan zal ik dat herhalen”, dat was geen brutale grap, dat was echt zo, kon het woordelijk herhalen.


De winter van ’63-’63, op achtergrond de A28 in aanleg, met mijn zusje van 2 jaar.

Bijzondere herinneringen, en niet in positieve zin, heb ik aan twee leraren.
De docent Frans en die van natuurkunde.

De leraar Frans was tevens mijn klassenleraar.
Hij had de neiging om achter bepaalde meisjes in de bank te gaan staan en dan over hun schouders naar voren te bukken om ze te helpen. Dat hierbij zijn oog hun bloes in gleed was natuurlijk onvermijdelijk.
Ze klaagden daarover bij mede leerlingen en ja, en dat was eigenlijk ook onvermijdelijk, ik maakte daarover een opmerking tegen mijn klassenleraar.
Hij heeft het daarna niet meer gedaan, tenminste niet bij ons in de klas, verder geen sanctie of wat dan ook op mijn brutale gedrag.
Ja dat dacht ik, tot het paasrapport kwam, een drie voor Frans net als bij kerst. Ik was het er niet mee eens en protesteerde, toonde aan dat ik een vijf stond.
Hij kijkt me aan en zegt: “ja, je bent wel vooruit gegaan”, pakt mijn rapport en schrijft een plusje bij de drie en ik kon gaan..

De leraar natuurkunde kwam net van de TH in Delft (nu TU Delft) en kon zijn dienstplicht vervullen door les te gaan geven.
Hij was best goed in natuurkunde denk ik, want na het schooljaar kreeg hij een aanstelling op een universiteit, maar lesgeven, ho maar.
Meestal groette ik de leraren als ik de klas binnen kwam, gewoonte uit het overzeese gebiedsdeel, maar hij dacht waarschijnlijk dat ik dat deed om hem te pesten. In het begin was dat dus niet zo maar gaandeweg werd het wel.
Op een mooie zonnige middag, ik ben naar het bord aan het kijken wat hij aan schrijven is, suist er iets langs mijn hoofd en knalt, vlak naast het hoofd van de leraar, op het bord.
Hij draait zich om en zegt, Luuk eruit en …. je buurman ook.
Mijn buurman was een hard werkende jongen die nooit iets verkeerds deed.
Wij hebben ons daarna gemeld bij de rector.
Wij zeiden dat we niets gedaan hadden.
Wij zeiden, zonder dat ik dat mijn buurman had afgesproken, dat we niet wilden vertellen wie het gedaan had (wisten we ook niet, maar we hadden wel een idee).
Tot even voor zes zijn we op school gehouden, daarna mochten we gaan.

Dat jaar was ik de absolute kampioen eruit gestuurd worden, in totaal 26 keer.
Maar ik heb na het incident met de natuurkundeleraar nooit meer straf gehad van de rector. Als ik weer kwam knikte hij naar mij en zei; “Ga maar in de aula je huiswerk maken”. Dat was het dan.
De rector stond niet echt bekend om zijn mildheid, maar ik had eindelijk iemand ontmoet die enigszins begrip voor mij had.
Hij zei er niets over, maar ik wist dat hij wist hoe de situatie thuis was.

Doordat de rector zo met me omging ben ik gaan werken, daardoor ontdekte ik dat ik een fotografisch geheugen had, en ik wist al dat ik perfect kon onthouden wat iemand gezegd had. Het ging goed met het leerwerk.
Voor de B-vakken heb ik hard, heel hard, gewerkt. Ging net zolang door totdat ik een vraagstuk opgelost had en, wat soms ook gebeurde, deed het vraagstuk weer over omdat ik niet bewust was wat ik gedaan had.
Het eind van dat schooljaar had, voor het eerst op school, een toetsweek. Een soort voorexamen.
Of dit nu waar is, maar in mijn herinnering is het zo, zou je dit halen dan kon je over naar de vijfde.
Wat mijn rapport betreft had ik geen schijn van kans, ik heb dus alles op alles gegooid en heb voor alle vakken een voldoende gehaald.
De teleurstelling was groot toen bleek dat ik nog steeds dik bleef zitten.
Dat er maar negen van de 25 overgingen, de doublanten en mijn buurman, maakte het niet minder.

Dit was de tweede keer dat ik bleef zitten en nam de beslissing om van school te gaan, en naar de analistenopleiding te gaan. Ik heb dat toen ook tegen de rector gezegd.
Deze vroeg met het even in beraad te houden want hij wilde met mijn vader praten.
Daarna had ik weer een gesprek met de rector gehad. Hij vroeg me op school te blijven, dat ik de school best aan kon en …. dat mijn vader zich niet meer met mijn schoolzaken zou bemoeien. Wat school betreft kon ik mijn gang gaan.
Mijn vader heeft hierover niets tegen mij gezegd, het enige is dat ik gezegd heb dat ik op school zou blijven.

Ik ben de rector daar nog altijd dankbaar voor.
In die twee maanden voor de toetsweek heb ik geleerd hoe ik moet studeren en doe dat nog altijd, op mijn eigen soms nonchalante manier.

Anthonie Heinsiusstraat

Het is oktober 1962 als we gaan verhuizen van de Ranonkelstraat, het huis van mijn oma, naar de Anthonie Heinsiusstraat. Een flatgebouw met vier verdiepingen, wij komen op de vierde verdieping te wonen.
Het is een flat met vier kamers, kleine keuken en een badkamer.
Wij zijn met zijn zevenen, mijn drie zussen slapen in de grootste slaapkamer, mijn ouders in de kamer die door een glazenwand gescheiden is van de woonkamer. Mijn broer en ik slapen in een zijkamer van de woonkamer.
De slaapkamer van mijn broer en mij dient tegelijkertijd als eetkamer. Wij slapen dan ook op opklapbedden en enige mogelijkheid tot uitslapen bestaat niet. Altijd op tijd uit bed, alles netjes aan de kant want er dient gegeten te worden
De enige plek om wat privé spullen op te bergen is een plank boven het opklapbed.
De voorkant van de flat heeft drie grote levensgevaarlijke kantelramen. De ramen beginnen ongeveer 50 cm van de vloer en er is geen enkele bescherming om te zorgen dat iemand niet uit het raam kan vallen.

Het huis wordt verwarmt door een kolenkachel in de woonkamer en door de deur tussen de woonkamer en onze slaapkamer open te zetten is onze kamer nog enigszins te verwarmen.
Dat dat nodig is merken we wanneer in december de winter van 1962-1963 begint.
De grote kantelramen sluiten niet goed, als de wind uit het noorden komt is het niet warm te stoken. De oplossing wordt gevonden door opgerolde kranten tussen de ramen en het kozijn aan te brengen.

Het samenleven in die kleine ruimte is alles behalve optimaal. De mentale toestand van mijn moeder blijft onstabiel, veel gedoe en gedonder.