Damegambiet op zondagmorgen

Mijn vader was lid van een schaakclub. Op woensdagavond ging hij tegen acht uur er naar toe en kwam, geheel doorrookt, meestal niet voor twaalf thuis. Hij was erg fanatiek en een redelijk goed schaker. In de boekenkast stond een hele verzameling schaakboeken van dr. M Euwe.

Het is zondagmorgen, we zijn naar de kerk geweest en de koffie is gedronken.
Mijn vader pakt het schaakbord, mooi bord met ingelegde vlakken van roodbruin en zwart hout.
De doos met schaakstukken wordt erbij gepakt. De schaakstukken zijn niet bijzonder.
Zoals gewoonlijk zegt hij ‘Lucas, een potje schaken?’
Ik zeg , ook zoals gewoonlijk, ‘ja’.
Het schaakspel heb ik al vroeg geleerd, ik doe dit al jaren met hem.
Hij tost en ik krijg wit.

Het spel en de stukken hebben iets magisch voor mij. Ik zie geen voetvolk, ridders, koningin en koning voor me, maar  het geheel heeft wel een diepere betekenis. Je moet bij dit spel een doel hebben. Het spel is dit doel te verwezenlijken. Niet het winnen maar de strategie is doel.

Daar zit ik dan, tegenover hem, en ik moet openen. Ik moet iets verzinnen, wat zal ik doen. Ik heb al geleerd om niet met een herdersmat verslagen te worden, maar wat te doen. Ik probeer me te herinneren wat in deel 1 van dr. Euwe’s boek, theorie der openingen, damegambiet staat. Veel is dat niet. Meestal doe ik maar wat, en nu ook.

Ik vraag mijn vader hoe je moet openen bij het schaken, welk doel een opening heeft. Ik weet dat er verschillende mogelijkheden zijn. Op deze vraag krijg ik steevast hetzelfde antwoord. De boekenkast met schaakboeken. Ik heb die al wel ingekeken, en spelen eruit nagespeeld, maar wat het doel is, waarom je een opening kiest, kan ik niet uit die boeken halen. Het enige boek dat ik grotendeels heb doorgewerkt is deel 1, orthodox damegambiet.

In het begin bekeek ik welke zet die mijn vader deed en gaf daarop een antwoord. Maar ben nu zover dat ik wel een doel probeer te verwezenlijken, een doel dat een zet of zeven à acht verder ligt. Maar mijn openingen zijn zo structuurloos dat mijn doel al na drie zetten de mist in gaat. Dan blijft voor mij niets anders over om zoveel mogelijk stukken te slaan zodat ik het leger van mijn vader zodanig verzwak dat ik alsnog een strategie kan ontwikkelen, om mijn leger te laten zegevieren.

Ik verdenk mijn vader ervan dat hij een nieuwe strategie heeft bedacht, een variatie op een bestaande opening. Maar hij vertelt er niets over. Denkt voortdurend lang na. Net als altijd geef ik redelijk partij, sla van hem even veel stukken als hij van mij. Het doel bij de opening is niet het slaan van stukken, dat weet ik wel. Het is het bereiken van een gunstige positie, om daarna via middenspel en eindspel, je strategie beloond zien in eenoverwinning. Ik voel me daarom al bij het begin hulpeloos, ik weet bij het begin al dat wat ik doe geen gunstige positie oplevert. Ik zal na een verbeten gevecht altijd het onderspit delven. Ik heb het gevoel dat ik een sparringpartner ben zonder enige bescherming.

Ik zie de valkuilen die mijn vader voor mij graaft, weet de aanvallen die hij uitvoert af te slaan, doe zo nu en dan een poging ook een aanval uit te voeren. Dit duurt een dik uur, daarna verlies ik mijn concentratie en gaat het ineens bergafwaarts met mij. Ik heb ineens twee stukken minder dan mijn vader, of ik verlies mijn koningin. Ik weet dat het afgelopen is, ik ben verslagen, en leg mijn koning op zijn zij.
Mijn vader protesteert, zet mijn koning weer overeind.
Dan gebeurt wat ik het ergst vind. Ik wordt afgeslacht. Systematisch worden al mijn overgebleven stukken en pionnen geslagen tot ik alleen nog de koning over heb.
Deze keer wil hij de koning mat zetten op een bepaald veld met een paard en een pion. Langzaam word ik naar de positie gedreven die mijn vader op het oog heeft en uiteindelijk ben ik schaakmat.

Het schaken met, maar vooral tegen mijn vader is in de loop van de tijd steeds minder geworden. Ik ben niet beter gaan schaken, heb er zelfs een hekel aan schaken aan over gehouden. Het enige wat ik nog leuk vind is het eindspel, zoals je die in kranten en tijdschriften vindt, wit begint en wint in zeven zetten.
Ik moet een jaar of 45 geweest zijn toen mijn vader vroeg, op een zondagmiddag toen we met mijn gezin op bezoek waren, of ik een potje schaken wilde. Ik had al sinds mijn 20e niet meer geschaakt. Hij had het al wel eens eerder gevraagd maar ik had er nooit zin in. Deze keer dacht ik, waarom niet. Ook nu geen doel, geen strategie, maar wel uiterst geconcentreerd. Ik zag al snel wat hij wilde en had toen voor het eerst tijdens het schaken een doel, ik zag waar ik heen wilde. Mijn vader gaf binnen het uur op. Ik heb niet al zijn stukken opgeruimd om hem, alleen met zijn koning, de genadeklap te geven. Nooit heeft hij me weer gevraagd te schaken.

Gepubliceerd door

luuk1945

Fotografie, lezen, wandelen, schilderen, films ... woont in Gorssel

4 reacties op ‘Damegambiet op zondagmorgen

  1. Tussen de regels door lees ik ook een ander verhaal. Je hebt het mooi verwoord, maar het is vooral een verdrietig verhaal. groet Linde

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.